Citaat | Hoge Raad 30 maart 2018

Onder 2.2. Hoge Raad 30 maart 2018

Een alinea uit Hoge Raad 30 maart 2018, ECLI:NL:HR:2018:461.

Voor de Rechtbank heeft de Inspecteur zich onder meer op het standpunt gesteld dat het voor aftrek in aanmerking komende gedeelte van de omzetbelasting moet worden berekend op basis van het werkelijke gebruik van het ziekenhuisgebouw voor belaste en vrijgestelde prestaties. De Rechtbank heeft dit standpunt verworpen. Naar het oordeel van de Rechtbank heeft de Inspecteur niet aannemelijk gemaakt dat het werkelijke gebruik van de voor belaste respectievelijk vrijgestelde prestaties van het Ziekenhuis gebruikte goederen en diensten als geheel genomen niet overeenstemt met de in artikel 11, lid 1, letter c, van de Uitvoeringsbeschikking bedoelde (omzet)verhouding. Daarom moet, aldus de Rechtbank, bij de berekening van het aftrekbare gedeelte van de omzetbelasting worden uitgegaan van de pro‑ratamethode. De omstandigheid dat de pro-ratamethode moet worden toegepast, neemt echter niet weg, aldus de Rechtbank, dat belanghebbende de bedragen aannemelijk dient te maken die zij heeft gehanteerd bij de berekening van het pro‑ratapercentage alsmede de hoogte van de door haar in aanmerking genomen kosten van de door het Ziekenhuis gemengd gebruikte goederen en diensten .

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/647dcff0076fe8a0f1288ca21675ef2f1966bfeda990237f1959b66ee0ed86f5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 647dcff0076fe8a0f1288ca21675ef2f1966bfeda990237f1959b66ee0ed86f5, en de alinea staat in dat document op bytes 10196 tot 11422.