Citaat | Hoge Raad 30 maart 2018

Onder 3.6.1 Hoge Raad 30 maart 2018

Een alinea uit Hoge Raad 30 maart 2018, ECLI:NL:HR:2018:463.

De vierde prejudiciële vraag stelt aan de orde welke betekenis toekomt aan art. 8 EVRM bij de beantwoording van de vraag of een betrokkene moet worden aangemerkt als belanghebbende in de zin van art. 798 lid 1, eerste volzin, Rv.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6ce0026e8c94296588f938eebd94230232b1a7061cd42ce4ee79d203331b3698. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6ce0026e8c94296588f938eebd94230232b1a7061cd42ce4ee79d203331b3698, en de alinea staat in dat document op bytes 20357 tot 20600.