Citaat | Hoge Raad 30 maart 2018
Onder 3.7.1 Hoge Raad 30 maart 2018
Een alinea uit Hoge Raad 30 maart 2018, ECLI:NL:HR:2018:463.
De eerste prejudiciële vraag ziet op het geval dat de rechtbank op de voet van art. 1:266 BW het ouderlijk gezag van elk van beide ouders, dat zij gezamenlijk uitoefenden, heeft beëindigd, en slechts een van de ouders in hoger beroep is gegaan voor zover het de beëindiging van diens ouderlijk gezag betreft. De vraag rijst dan of de andere ouder in dat hoger beroep belanghebbende is in de zin van art. 798 lid 1, eerste volzin, Rv in verbinding met art. 806 lid 1 Rv.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6ce0026e8c94296588f938eebd94230232b1a7061cd42ce4ee79d203331b3698. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6ce0026e8c94296588f938eebd94230232b1a7061cd42ce4ee79d203331b3698, en de alinea staat in dat document op bytes 22774 tot 23272.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/6ce0026e8c94296588f938eebd94230232b1a7061cd42ce4ee79d203331b3698 | shasum -a 256