Citaat | Hoge Raad 30 maart 2018

Onder 3.7.4 Hoge Raad 30 maart 2018

Een alinea uit Hoge Raad 30 maart 2018, ECLI:NL:HR:2018:463.

De omstandigheid dat het in deze zaak door de vader ingestelde hoger beroep slechts betrekking heeft op de beëindiging van zijn ouderlijk gezag over [de zoon] (en niet op de beëindiging van het ouderlijk gezag van de moeder), brengt niet mee dat de moeder in dit hoger beroep niet (meer) moet worden aangemerkt als belanghebbende in de zin van art. 798 lid 1, eerste volzin, Rv in verbinding met art. 806 lid 1 Rv. Beëindiging van het ouderlijk gezag van de vader raakt rechtstreeks het recht op gezinsleven van zowel de vader als de moeder, nu zij aanvankelijk gezamenlijk met het ouderlijk gezag over [de zoon] waren belast, gezinsleven met [de zoon] hebben, en beëindiging van het ouderlijk gezag van de vader invloed kan hebben op de wijze waarop de vader en de moeder nadien invulling kunnen geven aan hun gezinsleven met [de zoon]. Bovendien waarborgt het aanmerken van de moeder als belanghebbende in het hoger beroep van de vader dat zij – in overeenstemming met art. 8 EVRM – in voldoende mate betrokken blijft bij het besluitvormingsproces met betrekking tot de beëindiging van het door de ouders aanvankelijk gezamenlijk uitgeoefende ouderlijk gezag over [de zoon], welk besluitvormingsproces pas is afgerond indien de rechterlijke beslissing onherroepelijk is geworden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6ce0026e8c94296588f938eebd94230232b1a7061cd42ce4ee79d203331b3698. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6ce0026e8c94296588f938eebd94230232b1a7061cd42ce4ee79d203331b3698, en de alinea staat in dat document op bytes 25066 tot 26382.