Citaat | Hoge Raad 30 maart 2018
Onder 4.2.6 Hoge Raad 30 maart 2018
Een alinea uit Hoge Raad 30 maart 2018, ECLI:NL:HR:2018:469.
De richtlijnen en standpunten van het CVZ zijn niet bindend. Of op grond van de Zorgverzekeringswet aanspraak bestaat op (vergoeding van) een bepaalde prestatie, dient (rechtstreeks) te worden bepaald aan de hand van de hiervoor in 4.2.2-4.2.4 bedoelde maatstaven. Gelet op de hiervoor in 4.2.5 genoemde wettelijke taak van het CVZ ligt het echter voor de hand om daarbij in beginsel uit te gaan van door deze gegeven standpunten of richtlijnen, in die zin dat een zorgverzekeraar die daarvan afwijkt, die afwijking van een deugdelijke motivering dient te voorzien. Dit volgt ook uit de op art. 64 Zvw gegeven toelichting (Kamerstukken II 2003-2004, 29 763, nr. 3, p. 161). Evenzeer dient de rechter die tot een ander oordeel komt dan is vervat in een dergelijk standpunt of in een dergelijke richtlijn, dit deugdelijk te motiveren.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fc6750dc5adc8d22a1651bcb54727c8a90a5dd012e2395de0ac487cef91e5d0a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fc6750dc5adc8d22a1651bcb54727c8a90a5dd012e2395de0ac487cef91e5d0a, en de alinea staat in dat document op bytes 41684 tot 42529.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/fc6750dc5adc8d22a1651bcb54727c8a90a5dd012e2395de0ac487cef91e5d0a | shasum -a 256