Citaat | Hoge Raad 30 maart 2018

Onder 3.3.3 Hoge Raad 30 maart 2018

Een alinea uit Hoge Raad 30 maart 2018, ECLI:NL:HR:2018:470.

Uit het persoonlijke karakter van het ernstige verwijt dat de bestuurder moet kunnen worden gemaakt, volgt dat voor het aannemen van aansprakelijkheid, behoudens bij toepassing van art. 2:11 BW (HR 17 februari 2017, ECLI:NL:HR:2017:275, NJ 2017/215), voor iedere bestuurder afzonderlijk moet worden vastgesteld dat hij in zijn hoedanigheid onrechtmatig heeft gehandeld en dat dit handelen (waaronder is begrepen nalaten) aan hem kan worden toegerekend.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5aaa5274a1f9f653efbe554cb10b63ee14da8cc3f3c9d56b94358e777702826e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5aaa5274a1f9f653efbe554cb10b63ee14da8cc3f3c9d56b94358e777702826e, en de alinea staat in dat document op bytes 22696 tot 23161.