Citaat | Hoge Raad 30 maart 2018

Onder 4.3.3 Hoge Raad 30 maart 2018

Een alinea uit Hoge Raad 30 maart 2018, ECLI:NL:HR:2018:484.

Op grond van art. 7:673 lid 1, aanhef en onder a, BW is de werkgever aan de werknemer een transitievergoeding verschuldigd indien de arbeidsovereenkomst ten minste 24 maanden heeft geduurd en, kort gezegd, de werkgever het initiatief heeft genomen tot het eindigen of niet voortzetten van de arbeidsovereenkomst. De werkgever is geen transitievergoeding verschuldigd indien het eindigen of niet voortzetten van de arbeidsovereenkomst het gevolg is van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werknemer (art. 7:673 lid 7, aanhef en onder c, BW). Ondanks ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werknemer kan de rechter de transitievergoeding toch geheel of gedeeltelijk toekennen indien het niet toekennen ervan naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is (art. 7:673 lid 8 BW).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fe09137d4393680ca79776bf53a6bb23912d1eb3b29d15f891324f654b14ba4d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fe09137d4393680ca79776bf53a6bb23912d1eb3b29d15f891324f654b14ba4d, en de alinea staat in dat document op bytes 13560 tot 14387.