Citaat | Hoge Raad 30 maart 2018
Onder 4.3.4 Hoge Raad 30 maart 2018
Een alinea uit Hoge Raad 30 maart 2018, ECLI:NL:HR:2018:484.
Ernstig verwijtbaar handelen of nalaten in de zojuist bedoelde zin kan niet worden aangenomen op de enkele grond dat sprake is van een dringende reden voor onverwijlde opzegging als bedoeld in art. 7:677 lid 1 BW. Voor het aannemen van een dringende reden is immers niet vereist dat de werknemer van zijn gedragingen een verwijt kan worden gemaakt (zie bijvoorbeeld HR 29 september 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA7282, NJ 2001/560, rov. 3.3). De Wet werk en zekerheid (hierna: Wwz) heeft hierin geen verandering gebracht, zoals blijkt uit hetgeen de minister tijdens de beraadslaging in de Eerste Kamer heeft opgemerkt:
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fe09137d4393680ca79776bf53a6bb23912d1eb3b29d15f891324f654b14ba4d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fe09137d4393680ca79776bf53a6bb23912d1eb3b29d15f891324f654b14ba4d, en de alinea staat in dat document op bytes 14501 tot 15128.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/fe09137d4393680ca79776bf53a6bb23912d1eb3b29d15f891324f654b14ba4d | shasum -a 256