Citaat | Hoge Raad 30 maart 2018
Onder 4.3.5 Hoge Raad 30 maart 2018
Een alinea uit Hoge Raad 30 maart 2018, ECLI:NL:HR:2018:484.
Die passage berust evenwel klaarblijkelijk op de veronderstelling dat ontslag op staande voet altijd gepaard gaat met ernstige verwijtbaarheid. Die veronderstelling is echter, zoals blijkt uit het later bij de parlementaire behandeling opgemerkte, niet juist (zie hiervoor in 4.3.4). Uit de totstandkomingsgeschiedenis van de Wwz als geheel gelezen, kan worden afgeleid dat de wetgever de verschuldigdheid van een transitievergoeding heeft willen laten afhangen van ernstige verwijtbaarheid aan de zijde van de werknemer, en dat de wetgever – indien ernstige verwijtbaarheid ontbreekt – ook bij een rechtsgeldig ontslag op staande voet toekenning van een transitievergoeding mogelijk heeft geacht. Dit blijkt in het bijzonder uit de Nota naar aanleiding van het verslag (Kamerstukken II 2013-2014, 33 818, nr. 7), waarin op p. 131 het volgende is vermeld:
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fe09137d4393680ca79776bf53a6bb23912d1eb3b29d15f891324f654b14ba4d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fe09137d4393680ca79776bf53a6bb23912d1eb3b29d15f891324f654b14ba4d, en de alinea staat in dat document op bytes 16449 tot 17322.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/fe09137d4393680ca79776bf53a6bb23912d1eb3b29d15f891324f654b14ba4d | shasum -a 256