Citaat | Hoge Raad 3 april 2018
Onder 2.4. Hoge Raad 3 april 2018
Een alinea uit Hoge Raad 3 april 2018, ECLI:NL:HR:2018:487.
De raadsman heeft zich ter terechtzitting in hoger beroep op het standpunt gesteld dat de doorzoeking van de auto onrechtmatig was omdat de bevoegdheid voor die doorzoeking ontbrak. Hij verwijst naar de uitspraak van het Hof Amsterdam van 21 december 2015 (ECLI:NL:GHAMS:2015:5307), inhoudende dat naar het oordeel van het hof sprake was van détournement de pouvoir omdat de politie de haar op grond van de Wegenverkeerswet 1994 toekomende controlebevoegdheden voor opsporingsdoeleinden had gebruikt. De raadsman stelt zich op het standpunt dat daarvan ook in deze zaak sprake is. Dit leidt er volgens de raadsman toe dat hetgeen bij de doorzoeking van de auto is aangetroffen, als vruchten van de onrechtmatige doorzoeking van het bewijs dient te worden uitgesloten.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6e4874a7b9e9af208f3472665682715dafc3863d25104dbbf7b47c422f80472a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6e4874a7b9e9af208f3472665682715dafc3863d25104dbbf7b47c422f80472a, en de alinea staat in dat document op bytes 27270 tot 28051.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/6e4874a7b9e9af208f3472665682715dafc3863d25104dbbf7b47c422f80472a | shasum -a 256