Citaat | Hoge Raad 30 maart 2018

Onder 3.2.5 Hoge Raad 30 maart 2018

Een alinea uit Hoge Raad 30 maart 2018, ECLI:NL:HR:2018:488.

11. De vader doet een beroep op het EVRM waarmee het hem niet aanmerken als belanghebbende in zijn visie strijdig is. Het hof overweegt daarover als volgt. Een gezagsbeëindiging levert ten opzichte van de gezagsouder een rechtstreeks inmenging in diens ouderlijk gezag op. Ten opzichte van een ouder die niet met het gezag is belast, levert deze als zodanig nog geen beperking op van de uitoefening van diens recht op family life met het kind. Uit het EVRM volgt dat de nationale wet in beginsel de biologische ouder een mogelijkheid moet bieden om (mede) het gezag over een minderjarige te verkrijgen. In die mogelijkheid voorziet de Nederlandse wet. Nu de wet de vader die mogelijkheid biedt is het niet aanmerken van de vader in deze procedure als belanghebbende niet strijdig met verdragsbepalingen zoals het EVRM.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/aefb08b0e69b3651b47fd34f50a0f55595b7fff3c6f4fb3551b593ee21bb39e1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt aefb08b0e69b3651b47fd34f50a0f55595b7fff3c6f4fb3551b593ee21bb39e1, en de alinea staat in dat document op bytes 12836 tot 13668.