Citaat | Hoge Raad 30 maart 2018

Onder 3.6.2 Hoge Raad 30 maart 2018

Een alinea uit Hoge Raad 30 maart 2018, ECLI:NL:HR:2018:488.

Art. 798 lid 1, eerste volzin, Rv bepaalt dat voor de toepassing van afdeling 1 van titel 6 van boek 3 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (art. 798-813 Rv) – welke afdeling ziet op de rechtspleging in zaken betreffende het personen- en familierecht, in andere zaken dan scheidingszaken – onder belanghebbende wordt verstaan “degene op wiens rechten of verplichtingen de zaak rechtstreeks betrekking heeft”. Aan een belanghebbende in de zin van art. 798 lid 1, eerste volzin, Rv kennen diverse bepalingen van deze afdeling specifieke processuele rechten en bevoegdheden toe.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/aefb08b0e69b3651b47fd34f50a0f55595b7fff3c6f4fb3551b593ee21bb39e1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt aefb08b0e69b3651b47fd34f50a0f55595b7fff3c6f4fb3551b593ee21bb39e1, en de alinea staat in dat document op bytes 20959 tot 21566.