Citaat | Hoge Raad 30 maart 2018
Onder 3.6.6 Hoge Raad 30 maart 2018
Een alinea uit Hoge Raad 30 maart 2018, ECLI:NL:HR:2018:488.
Voorts volgt uit die wetsgeschiedenis dat de appelrechter ambtshalve dient te beoordelen of een betrokkene in hoger beroep belanghebbende is in de zin van art. 798 lid 1, eerste volzin, Rv, en dat de appelrechter daarbij niet is gebonden aan het oordeel dienaangaande van de rechter in eerste aanleg (Kamerstukken II 1991-1992, 22 487, nr. 3, p. 12; aangehaald in de conclusie van de Advocaat-Generaal onder 2.22).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/aefb08b0e69b3651b47fd34f50a0f55595b7fff3c6f4fb3551b593ee21bb39e1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt aefb08b0e69b3651b47fd34f50a0f55595b7fff3c6f4fb3551b593ee21bb39e1, en de alinea staat in dat document op bytes 25704 tot 26144.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/aefb08b0e69b3651b47fd34f50a0f55595b7fff3c6f4fb3551b593ee21bb39e1 | shasum -a 256