Citaat | Hoge Raad 30 maart 2018
Onder 3.8 Hoge Raad 30 maart 2018
Een alinea uit Hoge Raad 30 maart 2018, ECLI:NL:HR:2018:488.
Onderdeel B keert zich tevens tegen de overweging van het hof (in rov. 12) dat de vader evenmin als belanghebbende kan worden aangemerkt voor zover hij betoogt dat hij de mogelijkheid moet hebben een verzoek in te dienen tot het onderzoeken van de mogelijkheden tot plaatsing bij hem als perspectief biedend pleeggezin. Volgens het onderdeel heeft het hof miskend dat een dergelijk op art. 810a lid 2 Rv gebaseerd verzoek niet slechts kan worden gedaan door een belanghebbende in de zin van art. 798 lid 1, eerste volzin, Rv.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/aefb08b0e69b3651b47fd34f50a0f55595b7fff3c6f4fb3551b593ee21bb39e1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt aefb08b0e69b3651b47fd34f50a0f55595b7fff3c6f4fb3551b593ee21bb39e1, en de alinea staat in dat document op bytes 30326 tot 30864.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/aefb08b0e69b3651b47fd34f50a0f55595b7fff3c6f4fb3551b593ee21bb39e1 | shasum -a 256