Citaat | Hoge Raad 13 april 2018
Onder 2.3.2. Hoge Raad 13 april 2018
Een alinea uit Hoge Raad 13 april 2018, ECLI:NL:HR:2018:505.
Het btw-identificatienummer wordt toegekend met het oog op de heffing van omzetbelasting. Mede gelet op de structuur van de Wet en van belastingwetten in het algemeen, ligt het daarom in de rede dat aan de Unierechtelijke verplichting van de Nederlandse Staat tot toekenning van een dergelijk nummer invulling wordt gegeven door het met die heffing belaste bestuursorgaan, de inspecteur. Daarnaast is er geen algemeen verbindend voorschrift dat de bevoegdheid hiertoe verleent aan enig ander bestuursorgaan. Voor zover het gaat om de aanwijzing van het bevoegde bestuursorgaan kan de zojuist bedoelde lacune daarom door de rechter worden weggenomen, in die zin dat moet worden aangenomen dat de inspecteur, gelet op het wettelijke systeem, het bevoegde bestuursorgaan is voor de toekenning - en ook voor de intrekking - van het btw-identificatienummer.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/362fa56caf7248be3f43b1fa4fcc86a5b6d367ea2ec11b915879aae0d45586b5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 362fa56caf7248be3f43b1fa4fcc86a5b6d367ea2ec11b915879aae0d45586b5, en de alinea staat in dat document op bytes 12779 tot 13644.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/362fa56caf7248be3f43b1fa4fcc86a5b6d367ea2ec11b915879aae0d45586b5 | shasum -a 256