Citaat | Hoge Raad 13 april 2018
Onder 2.4. Hoge Raad 13 april 2018
Een alinea uit Hoge Raad 13 april 2018, ECLI:NL:HR:2018:505.
Ook middel II faalt. De omstandigheid dat een rechtsingang bij de algemene bestuursrechter of de belastingrechter ontbreekt, betekent niet dat in Nederland tegen de intrekking van een btw-identificatienummer een door artikel 47 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie vereiste doeltreffende voorziening in rechte bij een onpartijdig gerecht ontbreekt. De betrokkene kan het geschil over het intrekken van een btw‑identificatienummer immers ter beoordeling voorleggen aan de burgerlijke rechter (vgl. onderdeel 6.12 van de conclusie van de Advocaat-Generaal).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/362fa56caf7248be3f43b1fa4fcc86a5b6d367ea2ec11b915879aae0d45586b5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 362fa56caf7248be3f43b1fa4fcc86a5b6d367ea2ec11b915879aae0d45586b5, en de alinea staat in dat document op bytes 16806 tot 17397.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/362fa56caf7248be3f43b1fa4fcc86a5b6d367ea2ec11b915879aae0d45586b5 | shasum -a 256