Citaat | Hoge Raad 19 januari 2018
Onder 3.4.1. Hoge Raad 19 januari 2018
Een alinea uit Hoge Raad 19 januari 2018, ECLI:NL:HR:2018:51.
Het Hof heeft in het midden gelaten of ter zake van de hiervoor in 3.1.2 bedoelde leveringen werd voldaan aan de wettelijke voorwaarden voor toepassing van het nultarief voor leveringen van goederen die zijn vervoerd naar een andere lidstaat wanneer deze goederen aldaar zijn onderworpen aan de heffing van btw. Daarom moet in cassatie veronderstellenderwijs ervan worden uitgegaan dat aan die wettelijke voorwaarden werd voldaan. In dat geval wordt het nultarief geweigerd indien de betrokken ondernemer wist of had moeten weten dat hij deelnam aan btw-fraude in het kader van een keten van leveringen. Om het nultarief op die grond te weigeren is vereist dat wordt vastgesteld i) hoe de desbetreffende keten van leveringen was ingericht en welke plaats de betrokken ondernemer in die keten innam, ii) in welke schakel(s) van die keten btw-fraude werd gepleegd en wat die btw-fraude inhield, en iii) dat en op welke gronden geoordeeld moet worden dat die ondernemer wist of had moeten weten dat de btw-fraude plaatsvond in die keten.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7fe5309d1ad5e63213bfe71a21e9cb161b82ad00b5f8691bcbd31d41332829c5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7fe5309d1ad5e63213bfe71a21e9cb161b82ad00b5f8691bcbd31d41332829c5, en de alinea staat in dat document op bytes 12584 tot 13632.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/7fe5309d1ad5e63213bfe71a21e9cb161b82ad00b5f8691bcbd31d41332829c5 | shasum -a 256