Citaat | Hoge Raad 6 april 2018
Onder 2.2.3. Hoge Raad 6 april 2018
Een alinea uit Hoge Raad 6 april 2018, ECLI:NL:HR:2018:511.
De toepassing van de artikelen 5.2 en 5.3 Wet IB 2001 heeft in het geval van belanghebbende naar het oordeel van het Hof echter tot gevolg dat in strijd met artikel 1 EP een individuele en buitensporige last ontstaat. Bij dit oordeel heeft het Hof, naast de hiervoor in 2.1.4 vermelde inkomensgegevens en de door belanghebbende verschuldigde IB/PVV, het volgende, samengevat weergegeven, in aanmerking genomen. Voor huurtoeslag komt belanghebbende in 2013 als gevolg van het forfaitair bepaalde inkomen uit box 3 niet in aanmerking. Ook bij een forfaitair stelsel van belastingheffing blijft de feitelijke situatie een rol spelen. Bij belanghebbende worden belastbare inkomsten in aanmerking genomen hoewel het door de Staat onteigende vermogen hem vanaf 1 februari 2013 geen inkomsten meer kan opleveren. Het inkomensniveau van belanghebbende ligt, als gevolg van de heffing over het belastbaar inkomen uit box 3, onder de wettelijk omschreven armoedegrens.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d59e37d389c5f45751d967062465dbda6e6c1b43a1b8468c15a5e6ee78b0cc16. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d59e37d389c5f45751d967062465dbda6e6c1b43a1b8468c15a5e6ee78b0cc16, en de alinea staat in dat document op bytes 10487 tot 11458.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/d59e37d389c5f45751d967062465dbda6e6c1b43a1b8468c15a5e6ee78b0cc16 | shasum -a 256