Citaat | Hoge Raad 6 april 2018

Onder 2.5.2. Hoge Raad 6 april 2018

Een alinea uit Hoge Raad 6 april 2018, ECLI:NL:HR:2018:516.

Belanghebbende heeft voor het Hof gemotiveerd gesteld dat overlegging van het origineel van de Belgische inkoopfactuur van belang is voor de beslechting van het onderhavige geschil aangezien op het origineel volgens haar niet de hiervoor in 2.1.5 bedoelde vermelding is geplaatst. Aldus heeft belanghebbende voldoende gemotiveerd gesteld waarom het origineel naar haar oordeel door de Inspecteur in het geding moest worden gebracht. Het Hof had aan dit verzoek tegemoet dienen te komen, tenzij het van oordeel was dat het origineel van de factuur de Inspecteur niet (meer) ter beschikking stond, dat hier aanleiding was voor toepassing van artikel 8:29 Awb of dat sprake was van een uitzonderingsgeval als misbruik van procesrecht (zie HR 10 april 2015, nr. 14/01189, ECLI:NL:HR:2015:874, BNB 2015/129, rechtsoverweging 2.3.2). De uitspraak van het Hof geeft echter niet blijk ervan dat het Hof zich een oordeel daarover heeft gevormd. Middel II slaagt daarom ook.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b37d646169b24fe5285b9df942f9c7b2f8cd839e0056017e17536b7e5f00341d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b37d646169b24fe5285b9df942f9c7b2f8cd839e0056017e17536b7e5f00341d, en de alinea staat in dat document op bytes 14619 tot 15596.