Citaat | Hoge Raad 6 april 2018

Onder 2.6.2. Hoge Raad 6 april 2018

Een alinea uit Hoge Raad 6 april 2018, ECLI:NL:HR:2018:516.

Middel III wordt terecht voorgesteld voor zover het betoogt dat het Hof de hiervoor in de eerste volzin van 2.6.1 bedoelde stelling niet onbehandeld had mogen laten. Dit kan evenwel niet tot cassatie leiden. Voor zover het middel betoogt dat de administraties van de werkmaatschappijen niet als één administratie van belanghebbende kunnen worden aangemerkt, berust het op een onjuiste rechtsopvatting. Voor de heffing van omzetbelasting worden de (rechts)personen die van een fiscale eenheid deel uitmaken tezamen als één ondernemer aangemerkt (de fiscale eenheid). Dit brengt met zich dat de administraties die worden gevoerd door elk van die (rechts)personen, tezamen als de administratie van die ondernemer moeten worden aangemerkt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b37d646169b24fe5285b9df942f9c7b2f8cd839e0056017e17536b7e5f00341d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b37d646169b24fe5285b9df942f9c7b2f8cd839e0056017e17536b7e5f00341d, en de alinea staat in dat document op bytes 16403 tot 17156.