Citaat | Hoge Raad 6 april 2018

Onder 3.5. Hoge Raad 6 april 2018

Een alinea uit Hoge Raad 6 april 2018, ECLI:NL:HR:2018:522.

Het Hof heeft uit het arrest van de Hoge Raad van 9 juli 2004, nr. 39666, ECLI:NL:HR:2004:AQ0093, BNB 2004/364, afgeleid dat in een geval waarin een navordering is gebaseerd op herziening van een aangifte, een dergelijk verweer moet worden aangemerkt als een zelfstandig gedaan verzoek om herziening van de aangifte. Die gevolgtrekking is onjuist. De inspecteur heeft in een zodanig geval het besluit genomen om de desbetreffende aangifte te herzien. De uitnodiging tot betaling vormt het resultaat van die herziening. Uit de gezamenlijke bepalingen van artikel 78 van het CDW volgt dat ook de aangever in het kader van het in artikel 78, lid 3, van het CDW bedoelde rechtzetten van de toepassing van een douaneregeling, nieuwe gegevens mag inbrengen om de betrokken douaneprocedure af te stemmen op de werkelijke situatie. Hij kan zich aldus verzetten tegen een boeking achteraf van de rechten bij invoer in het kader van bezwaar en beroep op de voet van artikel 243 van het CDW (vgl. HvJ 12 oktober 2017, Tigers GmbH, C‑156/16, ECLI:EU:C:2017:754, hierna: het arrest Tigers, punt 31 en de aldaar aangehaalde rechtspraak, en HvJ 26 oktober 2017, “Aqua Pro” SIA, C-407/16, ECLI:EU:C:2017:817, punt 43).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/93fa0ffdbacaaa2d94318a58deec7ab5184662b75cdc6edc8aa4b084472bc7b5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 93fa0ffdbacaaa2d94318a58deec7ab5184662b75cdc6edc8aa4b084472bc7b5, en de alinea staat in dat document op bytes 18393 tot 19615.