Citaat | Hoge Raad 6 april 2018
Onder 3.7.2. Hoge Raad 6 april 2018
Een alinea uit Hoge Raad 6 april 2018, ECLI:NL:HR:2018:522.
In het onderhavige geval is niet in geschil dat bij belanghebbende ten tijde van het doen van de aangiften geen onzekerheid heeft bestaan over de juiste uitleg of de toepasbaarheid van artikel 147, lid 1, tweede alinea, van de UCDW in samenhang gelezen met artikel 29 van het CDW. Zij heeft bij het doen van die aangiften gemeend dat de hoogte van de prijs van de mediaspelers niet van belang was omdat zij ervan uitging dat de mediaspelers vrij van douanerechten konden worden ingevoerd.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/93fa0ffdbacaaa2d94318a58deec7ab5184662b75cdc6edc8aa4b084472bc7b5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 93fa0ffdbacaaa2d94318a58deec7ab5184662b75cdc6edc8aa4b084472bc7b5, en de alinea staat in dat document op bytes 22472 tot 22973.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/93fa0ffdbacaaa2d94318a58deec7ab5184662b75cdc6edc8aa4b084472bc7b5 | shasum -a 256