Citaat | Hoge Raad 6 april 2018

Onder 3.7.4. Hoge Raad 6 april 2018

Een alinea uit Hoge Raad 6 april 2018, ECLI:NL:HR:2018:522.

Toepassing van de hiervoor in 3.7.3 weergegeven uitleg zou in het onderhavige geval betekenen dat niet van belang is dat belanghebbende in de aangiften per vergissing een tariefpost heeft aangegeven waarvoor het tarief van douanerechten nul percent bedraagt en dat zij daarom heeft gemeend dat het niet uitmaakt welke van de op grond van artikel 147, lid 1, tweede alinea, van de UCDW bruikbare prijzen zij kiest. Dat zij - om haar moverende redenen - heeft volstaan met het opgeven van de hoogste prijs van de te kiezen prijzen als grondslag voor de douanewaarde, moet bij deze uitleg voor haar rekening komen. Bij deze uitleg moeten de door belanghebbende bij de aangiften verstrekte hogere prijzen worden gehanteerd voor het bepalen van de douanewaarde, zodat de Inspecteur bij het vaststellen van de uitnodigingen tot betaling terecht van die prijzen is uitgaan.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/93fa0ffdbacaaa2d94318a58deec7ab5184662b75cdc6edc8aa4b084472bc7b5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 93fa0ffdbacaaa2d94318a58deec7ab5184662b75cdc6edc8aa4b084472bc7b5, en de alinea staat in dat document op bytes 24719 tot 25599.