Citaat | Hoge Raad 6 april 2018
Onder 3.7.5. Hoge Raad 6 april 2018
Een alinea uit Hoge Raad 6 april 2018, ECLI:NL:HR:2018:522.
Ook overigens lijken de materiële bepalingen van het CDW of de UCDW inzake de douanewaarde noch het doel of de strekking van die bepalingen zich ertegen te verzetten dat de aangever na aanvaarding van een douaneaangifte in aanvulling op daarin vermelde gegevens andere gegevens ter bepaling van de douanewaarde verstrekt. Daaronder zou naar het oordeel van de Hoge Raad kunnen vallen een geldige factuur op grond waarvan een andere douanewaarde wordt vastgesteld, mits die douanewaarde in overeenstemming is met de werkelijkheid. Een aangever die achteraf feiten aandraagt die afwijken van hetgeen is vermeld in de door hem ingediende aangifte, zal ter zake van de juistheid van die feiten de bewijslast dragen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/93fa0ffdbacaaa2d94318a58deec7ab5184662b75cdc6edc8aa4b084472bc7b5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 93fa0ffdbacaaa2d94318a58deec7ab5184662b75cdc6edc8aa4b084472bc7b5, en de alinea staat in dat document op bytes 28044 tot 28770.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/93fa0ffdbacaaa2d94318a58deec7ab5184662b75cdc6edc8aa4b084472bc7b5 | shasum -a 256