Citaat | Hoge Raad 6 april 2018

Onder 4.2. Hoge Raad 6 april 2018

Een alinea uit Hoge Raad 6 april 2018, ECLI:NL:HR:2018:522.

Het Hof heeft geoordeeld dat de in artikel 221, lid 3, van het CDW neergelegde termijn van drie jaar niet is overschreden. Het heeft dat oordeel doen steunen op de overweging dat artikel 7:6, lid 1, van de Algemene douanewet (hierna: de Adw) zo moet worden uitgelegd dat de datum van verzending van het aanslagbiljet bepalend is voor de beoordeling of een bedrag aan rechten bij invoer tijdig is medegedeeld, en niet de datum waarop de schuldenaar het aanslagbiljet heeft ontvangen. Het Hof heeft uit het arrest van het Hof van Justitie van 13 maart 2003, Nederland/Commissie, C-156/00, ECLI:EU:C:2003:149 (hierna: arrest Nederland/Commissie), punten 26 en 68 in onderlinge samenhang gelezen, afgeleid dat deze nationale regeling in overeenstemming is met het Unierecht.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/93fa0ffdbacaaa2d94318a58deec7ab5184662b75cdc6edc8aa4b084472bc7b5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 93fa0ffdbacaaa2d94318a58deec7ab5184662b75cdc6edc8aa4b084472bc7b5, en de alinea staat in dat document op bytes 30447 tot 31231.