Citaat | Hoge Raad 6 april 2018
Onder 4.4. Hoge Raad 6 april 2018
Een alinea uit Hoge Raad 6 april 2018, ECLI:NL:HR:2018:522.
Vooropgesteld wordt dat op grond van artikel 201, lid 2, van het CDW de douaneschuld ontstaat op het tijdstip waarop de desbetreffende douaneaangifte wordt aanvaard. Bij gebruikmaking van de domiciliëringsprocedure wordt deze aanvaarding geacht plaats te vinden op het tijdstip van de inschrijving in de administratie van de vergunninghouder. Anders dan het middel betoogt, kan de verjaring als bedoeld in artikel 221, lid 3, van het CDW niet zien op alle in de maand maart 2010 gedane aangiften, en kan – als het tijdstip van ontvangst van het aanslagbiljet maatgevend zou zijn – de verjaring uitsluitend betrekking hebben op die aangiften die vóór 4 maart 2010 door inschrijving in de bedrijfsadministratie zijn aanvaard. In zoverre faalt het middel.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/93fa0ffdbacaaa2d94318a58deec7ab5184662b75cdc6edc8aa4b084472bc7b5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 93fa0ffdbacaaa2d94318a58deec7ab5184662b75cdc6edc8aa4b084472bc7b5, en de alinea staat in dat document op bytes 32222 tot 32994.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/93fa0ffdbacaaa2d94318a58deec7ab5184662b75cdc6edc8aa4b084472bc7b5 | shasum -a 256