Citaat | Hoge Raad 6 april 2018

Onder 3.4.2 Hoge Raad 6 april 2018

Een alinea uit Hoge Raad 6 april 2018, ECLI:NL:HR:2018:533.

Uit het proces-verbaal van de mondelinge behandeling in hoger beroep blijkt niet dat de brief van 22 augustus 2016 ter sprake is gebracht. Het vermeldt omtrent de stukken van de procedure slechts: “De voorzitter opent de behandeling en geeft een beknopt overzicht van wat uit de stukken is gebleken.” Bij deze stand van zaken moet het ervoor worden gehouden dat betrokkene en zijn advocaat niet bekend zijn geweest met de genoemde brief en, in strijd met art. 19 Rv, niet in de gelegenheid zijn geweest zich uit te laten over dit in de procedure ter kennis van de rechter gebrachte stuk. De klacht slaagt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ab320a997a630149be08ef109a729dbae79645864b2a9fea0c11ed255c8b23b5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ab320a997a630149be08ef109a729dbae79645864b2a9fea0c11ed255c8b23b5, en de alinea staat in dat document op bytes 12742 tot 13364.