Citaat | Hoge Raad 6 april 2018

Onder 3.2.3 Hoge Raad 6 april 2018

Een alinea uit Hoge Raad 6 april 2018, ECLI:NL:HR:2018:535.

“3.3. Artikel 3:170 BW behelst als hoofdregel dat het beheer van een gemeenschap, waaronder het instellen van rechtsvorderingen, door de deelgenoten tezamen geschiedt. Artikel 3:171 BW biedt de mogelijkheid dat een deelgenoot op eigen naam een rechtsvordering instelt ter verkrijging van een rechterlijke uitspraak ten behoeve van de gemeenschap. Deze bepaling ziet echter enkel op vorderingen tegen derden, niet op rechtsvorderingen tegen een andere deelgenoot. Dergelijke vorderingen kunnen op de voet van 3:184 en 185 BW bij de verdeling van de gemeenschap aan de orde komen. Dat betekent dat voor zover [eiseres] ten behoeve van de gemeenschap vorderingen instelt tegen [verweerder 1] , zij in die vorderingen niet-ontvankelijk zal worden verklaard. (…)”

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2abfd7e71eccb7011e74323ea12badf868632739a64482f4c6f0e8daff6db057. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2abfd7e71eccb7011e74323ea12badf868632739a64482f4c6f0e8daff6db057, en de alinea staat in dat document op bytes 14462 tot 15240.