Citaat | Hoge Raad 6 april 2018
Onder 3.5. Hoge Raad 6 april 2018
Een alinea uit Hoge Raad 6 april 2018, ECLI:NL:HR:2018:535.
Maar ook indien het ervoor gehouden dient te worden dat [eiseres] wel ontvankelijk is in haar vorderingen jegens de dochters van [verweerder 1] omdat zij geen erfgenamen van de vader zijn en derhalve als derden in de zin van artikel 3:171 kunnen worden beschouwd, heeft [eiseres] geen succes met de vorderingen die zij namens de gemeenschap jegens de dochters van [verweerder 1] heeft ingediend gelet op het navolgende. De dochters van [verweerder 1] hebben er terecht op gewezen dat de vordering tot vernietiging van de koopovereenkomst die [eiseres] namens de gemeenschap nastreeft en die gebaseerd is op dwaling, bedrog en/of misbruik van omstandigheden, is verjaard, zodat de vorderingen uit dezen hoofde en daarop voortbouwende vorderingen, niet kunnen worden toegewezen.”
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2abfd7e71eccb7011e74323ea12badf868632739a64482f4c6f0e8daff6db057. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2abfd7e71eccb7011e74323ea12badf868632739a64482f4c6f0e8daff6db057, en de alinea staat in dat document op bytes 16479 tot 17271.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/2abfd7e71eccb7011e74323ea12badf868632739a64482f4c6f0e8daff6db057 | shasum -a 256