Citaat | Hoge Raad 10 april 2018
Onder 2.4. Hoge Raad 10 april 2018
Een alinea uit Hoge Raad 10 april 2018, ECLI:NL:HR:2018:541.
Bij de beoordeling van de vraag of een uitlating onnodig grievend is, dient, indien het gaat om een uitlating door een politicus in het kader van het publiek debat - het politieke debat daaronder begrepen - onder ogen te worden gezien enerzijds het belang dat de betreffende politicus daadwerkelijk in staat moet zijn zaken van algemeen belang aan de orde te stellen ook als zijn uitlatingen kunnen kwetsen, choqueren of verontrusten, maar anderzijds ook de verantwoordelijkheid die de politicus in het publieke debat draagt om te voorkomen dat hij uitlatingen verspreidt die strijdig zijn met de wet en met de grondbeginselen van de democratische rechtsstaat. Daarbij gaat het niet uitsluitend om uitlatingen die aanzetten tot haat of geweld of discriminatie maar ook om uitlatingen die aanzetten tot onverdraagzaamheid. (Vgl. HR 16 december 2014, ECLI:NL:HR:2014:3583, NJ 2015/108.)
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/504c79e1c15a8ba6a7c1d3c522d1e471ca603095dfa70b91d00f77ab512b05c4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 504c79e1c15a8ba6a7c1d3c522d1e471ca603095dfa70b91d00f77ab512b05c4, en de alinea staat in dat document op bytes 18668 tot 19578.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/504c79e1c15a8ba6a7c1d3c522d1e471ca603095dfa70b91d00f77ab512b05c4 | shasum -a 256