Citaat | Hoge Raad 17 april 2018

Onder 3.2. Hoge Raad 17 april 2018

Een alinea uit Hoge Raad 17 april 2018, ECLI:NL:HR:2018:558.

Als aanvang van de redelijke termijn geldt het moment waarop de inleidende dagvaarding aan de verdachte wordt betekend dan wel het moment waarop de verdachte in verzekering wordt gesteld. Uit de zich in het dossier bevindende stukken blijkt dat de verdachte op 27 maart 2013 in verzekering is gesteld. De behandeling van de zaak in eerste aanleg heeft plaatsgehad op de terechtzittingen van 13 mei 2014 en 14 mei 2014, waarna op 28 mei 2014 vonnis is gewezen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/418ed3ed8bcf2d4ac7e6b2037ab46348ed86925dba8e68a8861ee54c80ee5ab7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 418ed3ed8bcf2d4ac7e6b2037ab46348ed86925dba8e68a8861ee54c80ee5ab7, en de alinea staat in dat document op bytes 14600 tot 15072.