Citaat | Hoge Raad 17 april 2018

Onder 3.4. Hoge Raad 17 april 2018

Een alinea uit Hoge Raad 17 april 2018, ECLI:NL:HR:2018:558.

Ook de klacht van het zesde middel dat de redelijke termijn als bedoeld in art. 6, eerste lid, EVRM in de cassatiefase is overschreden omdat de stukken te laat door het Hof zijn ingezonden, is gegrond. Voorts doet de Hoge Raad in deze zaak waarin de verdachte zich in voorlopige hechtenis bevindt, uitspraak nadat meer dan zestien maanden zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/418ed3ed8bcf2d4ac7e6b2037ab46348ed86925dba8e68a8861ee54c80ee5ab7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 418ed3ed8bcf2d4ac7e6b2037ab46348ed86925dba8e68a8861ee54c80ee5ab7, en de alinea staat in dat document op bytes 17125 tot 17534.