Citaat | Hoge Raad 13 april 2018

Onder 3.2.2 Hoge Raad 13 april 2018

Een alinea uit Hoge Raad 13 april 2018, ECLI:NL:HR:2018:596.

In de rolbeslissing van 10 januari 2017 (zie hiervoor in 3.1 onder (iv)) is aan de huurders een termijn van zes weken gegeven voor het nemen van een memorie van grieven, met de aantekening “Memorie van grieven / ambtshalve peremptoir”. Tegen een dergelijke beslissing, die louter een maatregel betreft ter bevordering van een behoorlijke rechtspraak en ter verzekering van de procesgang en die op zichzelf niet ingrijpt in de rechten en belangen van een partij, kan geen rechtsmiddel worden aangewend (vgl. HR 10 februari 2006, ECLI:NL:HR:2006:AU6519, NJ 2006/405, rov. 4.3 en HR 6 oktober 2017, ECLI:NL:HR:2017:2568, NJ 2017/396, rov. 3.3). De huurders zullen dan ook niet-ontvankelijk worden verklaard in hun beroep tegen deze beslissing.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6db6fa351814b063ef1ea9b5eb36965b70d9ff4859c14d9cf9c1ff61361ab440. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6db6fa351814b063ef1ea9b5eb36965b70d9ff4859c14d9cf9c1ff61361ab440, en de alinea staat in dat document op bytes 9332 tot 10090.