Citaat | Hoge Raad 13 april 2018

Onder 3.4.3 Hoge Raad 13 april 2018

Een alinea uit Hoge Raad 13 april 2018, ECLI:NL:HR:2018:596.

Ten tijde van de in cassatie bestreden beslissingen was – met ingang van 1 januari 2017 – het Landelijk procesreglement, zevende versie, van toepassing. Art. 1.7 van dat reglement bepaalde dat de termijnen ambtshalve worden gehandhaafd en dat het recht om een proceshandeling te verrichten vervalt indien die proceshandeling niet is verricht binnen de daarvoor gestelde termijn en van die termijn geen uitstel kan worden verkregen. Art. 2.11 van dat reglement stelde, voor zover hier van belang, de termijn voor de memorie van grieven op zes weken. Art. 2.12 van dat reglement bepaalde dat daarvan eenmaal een ambtshalve uitstel wordt verleend van vier weken.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6db6fa351814b063ef1ea9b5eb36965b70d9ff4859c14d9cf9c1ff61361ab440. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6db6fa351814b063ef1ea9b5eb36965b70d9ff4859c14d9cf9c1ff61361ab440, en de alinea staat in dat document op bytes 14018 tot 14694.