Citaat | Hoge Raad 13 april 2018
Onder 3.4.5 Hoge Raad 13 april 2018
Een alinea uit Hoge Raad 13 april 2018, ECLI:NL:HR:2018:596.
Het vorenstaande betekent dat het hof (ingevolge de art. 10.1 en 10.2 van de zevende versie in verbinding met art. 2.21 van de vierde versie) – na het ongebruikt verstrijken van de (laatste) termijn van zes weken voor het nemen van de memorie van grieven op 21 februari 2017 – niet ambtshalve mocht beslissen dat het recht om die proceshandeling te verrichten, was vervallen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6db6fa351814b063ef1ea9b5eb36965b70d9ff4859c14d9cf9c1ff61361ab440. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6db6fa351814b063ef1ea9b5eb36965b70d9ff4859c14d9cf9c1ff61361ab440, en de alinea staat in dat document op bytes 17006 tot 17412.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/6db6fa351814b063ef1ea9b5eb36965b70d9ff4859c14d9cf9c1ff61361ab440 | shasum -a 256