Citaat | Hoge Raad 13 april 2018

Onder 3.2.2 Hoge Raad 13 april 2018

Een alinea uit Hoge Raad 13 april 2018, ECLI:NL:HR:2018:597.

“3.10 Leaderland c.s. hebben verzocht [eiser 2] en [eiser 1] hoofdelijk te veroordelen in de onderzoekskosten en in de kosten van de procedure op de voet van art. 2:354 BW. Zoals in de beschikking van 22 april 2016 is overwogen blijkt uit het verslag van wanbeleid en zijn [eiser 2] en [eiser 1] daarvoor (respectievelijk als bestuurder en als feitelijk bestuurder) verantwoordelijk te achten. Dat hun een persoonlijk verwijt valt te maken van het wanbeleid, ligt reeds in de overwegingen ter zake besloten: zij zijn degenen die het ertoe hebben geleid dat de Leaderlandvennootschappen zijn ontmanteld en dat in dat kader (vrijwel) alle activa zonder voldoende en betrouwbare waardering zijn verkocht aan aan [eiser 1] en [belanghebbende 6] gelieerde partijen. De vordering is – zoals toe te lichten: deels – toewijsbaar.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b644ffa61ae475eea6333bb4a822de77bd42fdb7caf01ab24dad49f1a137d04d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b644ffa61ae475eea6333bb4a822de77bd42fdb7caf01ab24dad49f1a137d04d, en de alinea staat in dat document op bytes 10312 tot 11152.