Citaat | Hoge Raad 13 april 2018
Onder 3.3.2 Hoge Raad 13 april 2018
Een alinea uit Hoge Raad 13 april 2018, ECLI:NL:HR:2018:597.
Zoals is overwogen in HR 16 augustus 1996, ECLI:NL:HR:1996:AD2594, NJ 1997/37 (VHS), rov. 3.3.1, strekt art. 2:354 BW ertoe om verhaal van onderzoekskosten mogelijk te maken ten laste van de individuele persoon die in de sfeer van de rechtspersoon is opgetreden en voor het slecht functioneren van de rechtspersoon verantwoordelijk wordt gehouden.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b644ffa61ae475eea6333bb4a822de77bd42fdb7caf01ab24dad49f1a137d04d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b644ffa61ae475eea6333bb4a822de77bd42fdb7caf01ab24dad49f1a137d04d, en de alinea staat in dat document op bytes 13377 tot 13737.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/b644ffa61ae475eea6333bb4a822de77bd42fdb7caf01ab24dad49f1a137d04d | shasum -a 256