Citaat | Hoge Raad 13 april 2018
Onder 3.3.2 Hoge Raad 13 april 2018
Een alinea uit Hoge Raad 13 april 2018, ECLI:NL:HR:2018:597.
In overeenstemming met deze strekking is in HR 18 november 2016, ECLI:NL:HR:2016:2607, NJ 2017/202 (Meavita), rov. 3.6.2, beslist dat de ondernemingskamer bij haar beslissing op de voet van art. 2:354 BW alle omstandigheden van het geval dient te betrekken en dat uit haar overwegingen ten aanzien van de desbetreffende functionaris individueel en concreet moet blijken dat hij verantwoordelijk is voor het onjuiste beleid of de onbevredigende gang van zaken van de rechtspersoon, hetgeen inhoudt dat hem persoonlijk van de onjuistheid van dat beleid of van de onbevredigende gang van zaken een verwijt kan worden gemaakt.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b644ffa61ae475eea6333bb4a822de77bd42fdb7caf01ab24dad49f1a137d04d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b644ffa61ae475eea6333bb4a822de77bd42fdb7caf01ab24dad49f1a137d04d, en de alinea staat in dat document op bytes 13749 tot 14384.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/b644ffa61ae475eea6333bb4a822de77bd42fdb7caf01ab24dad49f1a137d04d | shasum -a 256