Citaat | Hoge Raad 13 april 2018
Onder 3.5.3 Hoge Raad 13 april 2018
Een alinea uit Hoge Raad 13 april 2018, ECLI:NL:HR:2018:604.
In een geval als het onderhavige, waarin de appelrechter heeft vastgesteld dat het eindvonnis vernietigd moet worden omdat het (mede) is gewezen door een daartoe niet meer bevoegde rechter, is er – achteraf bezien – in eerste aanleg geen rechtsgeldig eindoordeel gegeven. Dat brengt mee dat de zaak in zoverre opnieuw moet worden behandeld (vgl. de zaak Meavita, rov. 3.4). In dat geval kan niet worden gezegd dat de appelrechter zich aan zijn taak zou onttrekken door (een gedeelte van) zijn beslissing over te laten aan de rechter die zijn oordeel over de zaak al heeft gegeven. De rechter in eerste aanleg dient in zoverre zijn taak (het wijzen van een eindvonnis) nog te voltooien. Zodanig geval dient op één lijn te worden gesteld met de eerder aanvaarde uitzonderingsgevallen waarin de rechter in eerste aanleg niet aan een inhoudelijke beoordeling van de zaak is toegekomen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/def8edc89531882cff22bba9cf08a1856521a56d962657b7e711e7a66ad59826. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt def8edc89531882cff22bba9cf08a1856521a56d962657b7e711e7a66ad59826, en de alinea staat in dat document op bytes 22010 tot 22911.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/def8edc89531882cff22bba9cf08a1856521a56d962657b7e711e7a66ad59826 | shasum -a 256