Citaat | Hoge Raad 13 april 2018
Onder 3.5.5 Hoge Raad 13 april 2018
Een alinea uit Hoge Raad 13 april 2018, ECLI:NL:HR:2018:604.
De vierde prejudiciële vraag stelt aan de orde of in een geval als het onderhavige de zaak na terugwijzing kan worden beoordeeld door een combinatie die mede bestaat uit rechterlijke ambtenaren met rechtspraak belast die eerder aan het vernietigde vonnis hebben meegewerkt. Het antwoord op die vraag luidt ontkennend. In een geval als het onderhavige kan bij een partij objectief gerechtvaardigde twijfel ontstaan over de vraag of een rechter die eerder over de feiten en geschilpunten heeft geoordeeld, in staat zal zijn diezelfde feiten en geschilpunten nogmaals onbevangen te beoordelen. Het recht op beoordeling door een onpartijdige rechter, zoals gewaarborgd in art. 6 EVRM, brengt dan mee dat de zaak na terugwijzing niet dient te worden beoordeeld door dezelfde rechters als die welke aan het nietig geoordeelde eindvonnis hebben meegewerkt (vgl. EHRM 1 februari 2005, nr. 46845/99 (Indra/Slowakije), punt 53-55; zie ook EHRM 5 juni 2014, nr. 50996/08 (Nova Gorica/Slovenië), punt 40-41).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/def8edc89531882cff22bba9cf08a1856521a56d962657b7e711e7a66ad59826. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt def8edc89531882cff22bba9cf08a1856521a56d962657b7e711e7a66ad59826, en de alinea staat in dat document op bytes 23470 tot 24494.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/def8edc89531882cff22bba9cf08a1856521a56d962657b7e711e7a66ad59826 | shasum -a 256