Citaat | Hoge Raad 17 april 2018

Onder 3.2.4. Hoge Raad 17 april 2018

Een alinea uit Hoge Raad 17 april 2018, ECLI:NL:HR:2018:612.

Het gebruik van lijfelijke dwang teneinde bij de naleving af te dwingen van een verplichting van de verdachte om de toepassing van bepaalde dwangmiddelen te dulden is naar geldend recht niet ontoelaatbaar. De aanvaardbaarheid uit de gezichtshoek van het recht berust op de volgende gedachtegang. De toepassing van dwangmiddelen kan – uit de aard van het middel – verzet oproepen bij degene ten aanzien van wie de toepassing zal plaatsvinden. Dit verzet kan aan de juiste toepassing van het dwangmiddel in de weg staan. In dat geval zal het onvermijdelijk zijn aan het verzet zijn kracht te ontnemen door – met nauwgezette inachtneming van in het bijzonder de eisen van subsidiariteit en proportionaliteit – dwang toe te passen om de verdachte te dwingen de feitelijke toepassing van het dwangmiddel te dulden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7fda14780e89eae54770963fc71d06b8395c6cdde7727f3ee2c68a3f298d4583. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7fda14780e89eae54770963fc71d06b8395c6cdde7727f3ee2c68a3f298d4583, en de alinea staat in dat document op bytes 27749 tot 28579.