Citaat | Hoge Raad 17 april 2018
Onder 2.2.2. Hoge Raad 17 april 2018
Een alinea uit Hoge Raad 17 april 2018, ECLI:NL:HR:2018:616.
Ook vroeg ik, verbalisant [verbalisant 1] , de bijrijder van het voertuig om een geldig identiteitskaart. Ik, verbalisant [verbalisant 1] , zag dat de bijrijder van het voertuig mij een op diens naam gesteld Frans identiteitskaart overhandigde, waaruit de bijrijder van het voertuig, de naar later bleek, verdachte [verdachte] geboren op [geboortedatum] 1982 te [geboorteplaats] , bleek te zijn.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0a679f8e801aa0ca9d1fb99c0562aec150c13807a81a3ae6dcc15a2c22d50be8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0a679f8e801aa0ca9d1fb99c0562aec150c13807a81a3ae6dcc15a2c22d50be8, en de alinea staat in dat document op bytes 9646 tot 10054.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/0a679f8e801aa0ca9d1fb99c0562aec150c13807a81a3ae6dcc15a2c22d50be8 | shasum -a 256