Citaat | Hoge Raad 17 april 2018

Onder 2.5. Hoge Raad 17 april 2018

Een alinea uit Hoge Raad 17 april 2018, ECLI:NL:HR:2018:616.

Aan de middelen ligt de opvatting ten grondslag dat voor de beoordeling van de rechtmatigheid van het gezamenlijke optreden van de Nederlandse en Franse opsporingsambtenaren bepalend is dat daarvoor een grondslag in het Besluit kan worden gevonden. Die opvatting is te beperkt en daarom onjuist. Het Besluit vormt – mede gelet op het bepaalde in art. 35, tweede lid, van dat Besluit – op zichzelf geen beletsel voor vormen van samenwerking tussen de bevoegde autoriteiten van verschillende staten die geen grondslag vinden in het Besluit. Voor zover de middelen berusten op de opvatting dat de rechtmatigheid van het gezamenlijke optreden van de Nederlandse en Franse opsporingsambtenaren dient te geschieden op basis van het bepaalde in art. 17, tweede lid, van het Besluit, wordt voorts miskend dat deze bepaling geen belangen van de verdachte beoogt te beschermen, maar belangen van de staat op het grondgebied waarvan buitenlandse opsporingsambtenaren optreden (vgl. HR 5 oktober 2010, ECLI:NL:HR:2010:BL5629, NJ 2011/169). Met betrekking tot de samenwerking in het onderhavige geval is bovendien niet aangevoerd of anderszins gebleken dat het optreden van de Franse opsporingsambtenaar niet berustte op toestemming van de Nederlandse autoriteiten. De middelen zijn derhalve tevergeefs voorgesteld.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0a679f8e801aa0ca9d1fb99c0562aec150c13807a81a3ae6dcc15a2c22d50be8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0a679f8e801aa0ca9d1fb99c0562aec150c13807a81a3ae6dcc15a2c22d50be8, en de alinea staat in dat document op bytes 19006 tot 20325.