Citaat | Hoge Raad 23 januari 2018
Onder 2.4.2. Hoge Raad 23 januari 2018
Een alinea uit Hoge Raad 23 januari 2018, ECLI:NL:HR:2018:64.
Mede gelet op de hiervoor onder 2.3 weergegeven wetsgeschiedenis strekt de in art. 360, tweede lid, Sv bedoelde motiveringsverplichting zich niet uit tot het oordeel van de rechter omtrent de rechtmatigheid van de afspraak als bedoeld in art. 226g, tweede lid, Sv. Reeds in het gebruik van de verklaring van de getuige met wie de afspraak is gemaakt, voor het bewijs ligt besloten dat de rechter niet tot een andersluidend oordeel ter zake van de rechtmatigheid is gekomen dan in de beschikking van de rechter-commissaris als bedoeld in art. 226h, derde lid, Sv is vervat. Dat laat onverlet dat indien de rechter afwijkt van een door de verdachte uitdrukkelijk onderbouwd standpunt ten aanzien van de rechtmatigheid van die afspraak, hij gehouden is in het bijzonder de redenen op te geven die daartoe hebben geleid op grond van art. 359, tweede lid tweede volzin, Sv.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/02544dea72c5c58d8b3ae923592fc3044e45c21bde74a92355804e742f70c10a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 02544dea72c5c58d8b3ae923592fc3044e45c21bde74a92355804e742f70c10a, en de alinea staat in dat document op bytes 19296 tot 20177.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/02544dea72c5c58d8b3ae923592fc3044e45c21bde74a92355804e742f70c10a | shasum -a 256