Citaat | Hoge Raad 20 april 2018
Onder 3.4.2 Hoge Raad 20 april 2018
Een alinea uit Hoge Raad 20 april 2018, ECLI:NL:HR:2018:644.
De klacht dat het hof heeft verzuimd om gemotiveerd te oordelen over de schadeplichtigheid van [verweerster 1] jegens [verzoekster] , mist feitelijke grondslag. Het hof heeft in rov. 2.1 van zijn tweede tussenvonnis in verbinding met rov. 4.2 van zijn eerste tussenvonnis geoordeeld dat de primaire vorderingen van [verzoekster] – dus ook die tot vergoeding van schade – moeten worden afgewezen, nu zij zijn gebaseerd op een onjuiste grondslag. Wat betreft de vordering tot schadevergoeding op de subsidiaire grondslag heeft het hof in rov. 2.5 van zijn tweede tussenvonnis geoordeeld dat voor toewijzing onvoldoende grond bestaat, mede in aanmerking genomen dat [verzoekster] zich ten onrechte op het standpunt heeft gesteld eigenaar te zijn geworden van de strook grond, terwijl het Land de eigenaar was en is, en ten behoeve van [verweerster 1] de erfpacht destijds is gevestigd (zie tevens rov. 2.1 van het eindvonnis). Aldus heeft het hof gemotiveerd geoordeeld over alle (primaire en subsidiaire) vorderingen tot schadevergoeding van [verzoekster] zoals deze luidden als gevolg van haar hiervoor in 3.2.3 bedoelde eiswijziging na het eerste tussenvonnis.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/46051e2cd3f6b008c1ce4e61f0f628f59e975169730ba44fea075cebc16295b2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 46051e2cd3f6b008c1ce4e61f0f628f59e975169730ba44fea075cebc16295b2, en de alinea staat in dat document op bytes 11729 tot 12906.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/46051e2cd3f6b008c1ce4e61f0f628f59e975169730ba44fea075cebc16295b2 | shasum -a 256