Citaat | Hoge Raad 20 april 2018
Onder 3.3.3 Hoge Raad 20 april 2018
Een alinea uit Hoge Raad 20 april 2018, ECLI:NL:HR:2018:650.
Onder het voorheen geldende recht was de mondelinge uitspraak alleen wettelijk geregeld voor tussenvonnissen (art. 232 lid 2 (oud) Rv). In de praktijk komt de mondelinge uitspraak evenwel voor bij alle soorten van uitspraken, dus ook einduitspraken, en wel in het geval dat een zodanig spoedeisend belang bestaat bij een uitspraak dat een (volledige) schriftelijke uitwerking daarvan niet kan worden afgewacht en de uitspraak dus aanvankelijk alleen in mondelinge vorm kan worden gedaan. Dit betreft (dus) niet alleen het kort geding, maar ook andere soorten procedures. De beslissing op een verzoek tot vrijheidsbeneming op grond van de Wet Bopz vormt daarvan een voorbeeld: in veel gevallen zal alleen al in verband met het karakter van deze beslissing en ook met de korte termijnen die gelden op grond van de Wet Bopz, het hiervoor bedoelde spoedeisend belang bij een mondelinge uitspraak bestaan.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/14f1817b2e24b737ba77bb2fa098bd460f88f87b9ec2552305a9c9a1929bedb6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 14f1817b2e24b737ba77bb2fa098bd460f88f87b9ec2552305a9c9a1929bedb6, en de alinea staat in dat document op bytes 12433 tot 13347.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/14f1817b2e24b737ba77bb2fa098bd460f88f87b9ec2552305a9c9a1929bedb6 | shasum -a 256