Citaat | Hoge Raad 20 april 2018
Onder 3.3.5 Hoge Raad 20 april 2018
Een alinea uit Hoge Raad 20 april 2018, ECLI:NL:HR:2018:650.
De hiervoor in 3.3.2 genoemde beperkingen op de mogelijkheid tot het doen van een mondelinge uitspraak die art. 30p Rv inhoudt, zijn nieuw ten opzichte van de bestaande praktijk. De bezwaren van deze beperkingen zijn aanmerkelijk. Het belang bij een onmiddellijke uitspraak kan immers onder omstandigheden zwaarder wegen dan het belang van een niet ter zitting verschenen partij om niet te worden geconfronteerd met een buiten haar aanwezigheid gedane mondelinge uitspraak, zeker indien die uitspraak kort daarna voor haar in schriftelijke vorm beschikbaar is (hetgeen bij genoemde praktijk verplicht is, zoals hierna in 3.4.4 wordt overwogen).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/14f1817b2e24b737ba77bb2fa098bd460f88f87b9ec2552305a9c9a1929bedb6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 14f1817b2e24b737ba77bb2fa098bd460f88f87b9ec2552305a9c9a1929bedb6, en de alinea staat in dat document op bytes 14616 tot 15273.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/14f1817b2e24b737ba77bb2fa098bd460f88f87b9ec2552305a9c9a1929bedb6 | shasum -a 256