Citaat | Hoge Raad 20 april 2018
Onder 3.4.2 Hoge Raad 20 april 2018
Een alinea uit Hoge Raad 20 april 2018, ECLI:NL:HR:2018:650.
De wet gaat ervan uit dat een uitspraak schriftelijk is uitgewerkt, alvorens zij wordt uitgesproken (onder meer de art. 230 Rv en 287 lid 1 Rv). Zoals uit het hiervoor overwogene volgt, kan van dit uitgangspunt alleen worden afgeweken als daarvoor een voldoende klemmende grond bestaat als hiervoor in 3.3.3 bedoeld (als de bestaande praktijk wordt gevolgd), dan wel als de beslissing zich daarvoor leent (als voor een mondelinge uitspraak als bedoeld in art. 30p Rv wordt gekozen).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/14f1817b2e24b737ba77bb2fa098bd460f88f87b9ec2552305a9c9a1929bedb6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 14f1817b2e24b737ba77bb2fa098bd460f88f87b9ec2552305a9c9a1929bedb6, en de alinea staat in dat document op bytes 19767 tot 20263.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/14f1817b2e24b737ba77bb2fa098bd460f88f87b9ec2552305a9c9a1929bedb6 | shasum -a 256