Citaat | Hoge Raad 20 april 2018
Onder 3.4.6 Hoge Raad 20 april 2018
Een alinea uit Hoge Raad 20 april 2018, ECLI:NL:HR:2018:650.
De rechters die de mondelinge uitspraak doen overeenkomstig de bestaande praktijk, dienen ook de schriftelijke uitwerking daarvan vast te stellen (HR 13 april 2018, ECLI:NL:HR:2018:604). Bij de beslissing om mondeling uitspraak te doen, dient hiermee dan ook rekening te worden gehouden. Mocht een rechter defungeren voordat de schriftelijke uitwerking is vastgesteld, dan zal – noodgedwongen – moeten worden volstaan met de vastlegging van de mondelinge uitspraak in een proces-verbaal, aangezien de nadere schriftelijke uitwerking ervan (het ‘wijzen’ van de uitspraak of het vaststellen van de tekst ervan) niet meer in de door de wet geëiste samenstelling mogelijk is, en de uitspraak dan al is gedaan (vgl. onder meer HR 2 november 1990, ECLI:NL:HR:1990:AB8153, NJ 1991/800, en HR 24 april 2009, ECLI:NL:HR:2009:BG9906, NJ 2009/206). Het feit dat een rechter is gedefungeerd staat niet in de weg aan de vastlegging in een proces-verbaal (dat immers uitsluitend de ter zitting medegedeelde beslissing en de gronden daarvoor betreft), zoals ook valt af te leiden uit art. 30p lid 4 Rv.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/14f1817b2e24b737ba77bb2fa098bd460f88f87b9ec2552305a9c9a1929bedb6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 14f1817b2e24b737ba77bb2fa098bd460f88f87b9ec2552305a9c9a1929bedb6, en de alinea staat in dat document op bytes 22961 tot 24122.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/14f1817b2e24b737ba77bb2fa098bd460f88f87b9ec2552305a9c9a1929bedb6 | shasum -a 256