Citaat | Hoge Raad 20 april 2018
Onder 3.4.6 Hoge Raad 20 april 2018
Een alinea uit Hoge Raad 20 april 2018, ECLI:NL:HR:2018:650.
In het geval dat ervoor is gekozen om toepassing te geven aan art. 30p Rv – en dus om uitsluitend de beslissing en de gronden daarvoor die ter zitting zijn medegedeeld, schriftelijk vast te leggen in een proces-verbaal –, is ook na het defungeren van een rechter die de mondelinge uitspraak heeft gedaan, de schriftelijke vastlegging van de uitspraak als bedoeld in die bepaling nog mogelijk, zoals volgt uit het juist hiervoor met betrekking tot art. 30p lid 4 Rv overwogene.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/14f1817b2e24b737ba77bb2fa098bd460f88f87b9ec2552305a9c9a1929bedb6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 14f1817b2e24b737ba77bb2fa098bd460f88f87b9ec2552305a9c9a1929bedb6, en de alinea staat in dat document op bytes 24134 tot 24654.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/14f1817b2e24b737ba77bb2fa098bd460f88f87b9ec2552305a9c9a1929bedb6 | shasum -a 256